Laatste aanvulling op 4 maart 2017



Walnotenboompjes in Helenaveen

Eind 19e eeuw schonk Koning Willem III via het Koning Willem III-fonds enkele honderden notenboompjes aan de Helenaveense inwoners, de turfgravers en arbeiders van Verveningsmaatschappij Helenaveen.
Elke woning kreeg een notenboompje in de voortuin. Zie de kaart hieronder.
Staat er bij uw huis in Helenaveen nu een notenboom? Dan is de kans groot dat dat een nakomeling daarvan is.

Notenboompjes in Helenaveen

1889 - De rood ingetekende boompjes zijn de door Koning Willem III geschonken notenboompjes. Hoogstwaarschijnlijk
zijn de boompjes destijds geteeld in de ‘Koningshof’ ofwel de huidige ‘Koningstuin’ aan de Fruitweg (rechtsonder op de kaart). Waarom Willem deze boompjes schonk is niet bekend, of misschien toch wel..?

"Noten zijn gezond en de allergezondste noot is de walnoot. Niet alleen helpen ze goed tegen stress en een hoge bloeddruk. Ook verlagen ze de kans op hart- en vaatziekten en verbeteren ze bij mannen de kwaliteit van het sperma". Bron: www.gezondheidsnet.nl.



Terug naar beginpagina

Helena-Veen

Door prof. dr. Johann Otto Franz Pitsch - Wageningen, augustus 1885.
(Uit een 'jaarboekje', de Nuts-almanak 1886) - Andr Vervuurt
Met dank aan Maaike Riemersma-De Feyter.


"Wanneer men op de lijn Vlissingen-Venlo, naar Venlo sporend, het station Helmond verlaten en Deurne bereikt heeft, verdwijnt langzamerhand het vroolijk stille, zoo eigenaardig aan een noordbrabantsch landschap. Flink bebouwde akkers en welige weilanden, omzoomd met hun rechtlijnige heggen, maken plaats voor akkers van geringer afmetingen. De boerenwoningen worden kleiner en verkrijgen langzamerhand een armoediger aanzien. Bespeurt men in de naaste buurtschap der woningen nog eenigen meer weligen groei – de gewassen, die op de akkers staaan, getuigen spoedig van mindere vruchtbaarheid. Men ziet, dat de strijd van den landbouwer tegen de minder gulle natuur hier overgelaten wordt aan hen, die, blijde hun dagelijksch brood te genieten, in deze soort van arbeid zich het zwaarste deel moeten getroosten, hier zoomin als overal elders in evenredigheid met het loon, dat hun te beurt valt.
De overgang is zelfs met onzen snellen trein geleidelijk. Zonder dat men het begin bespeurd heeft, is de bebouwde streek hoe langer zoo meer van ons afgeweken, en begrenst zij alleen met nog nauw zichtbare kerktorens den verre horizon. De reiziger bevindt zich op een uitgestrekte vlakte, die hem zwart en somber aanstaart; niets dan mislukte voortbrengselen van plantengroei – ongelukkige eikenstruiken, berkenopslag –, maar welige heidegewassen, bovenal de vrienden en vriendinnen van vocht en moeras. Eindelijk houdt te midden van dat weinig aanlokkelijk tafereel de trein stil: wij zijn aan de halt Helena-Veen genaderd."

Bos-Pitsch


1920 - Op de veranda van directeursvilla GENA te Helenaveen - Otto Pitsch op werkbezoek in Helenaveen.
Directeur der Maatschappij Helenaveen Adriaan Bos zit links en Otto Pitsch in het midden. De persoon rechts met de hond van Bos is onbekend. (Foto via H. van de Laarschot uit archief RHC, 29-10-2008)


Met deze inleiding verplaatst ons de vaardige pen van den heer G. Bosch, sedert ruim een half jaar directeur van Helena-Veen, zoowel in het brabantsche landschap als meer bepaald op het terrein der zoogenaamde woeste gronden van het hooge veen, waarop de naamlooze vennootschap Helena-Veen haar arbeidsveld heeft gevonden. Op de inleiding volgt een belangwekkende, met vele afbeeldingen getooide beschrijving van deze grootsche onderneming; van de vele moeilijkheden, waarmede zij in den beginne te kampen had; en van de wijze, waarop met goeden uitslag alle bezwaren overwonnen werden. Wie het opstel, in den jaargang 1876 van Eigen Haard verschenen, gelezen heeft, weet, dat midden in de woestijn van de Peel een bevolking is ontstaan, die met het loon van haar arbeid in haar stoffelijke behoeften voldoende kan voorzien, terwijl door een katholieke en een protestantsche kerk, alsmede door een goed ingerichte school voor meisjes en voor jongens, de behoefte aan geestelijk voedsel voor oud en jong kan worden bevredigd.
De reiziger, die vr tien, ja zelfs nog vr zes jaren, te Helena-Veen uit den trein stapte en, in de rondte kijkend, te vergeefs naar een bebouwde kom zocht, kon allicht op het denkbeeld komen, dat de spoorwegmaatschappij eens uit een grillige luim een station juist daar had geplaatst, waar volstrekt geen reizigers te verwachten waren. Had hij den directeur der onderneming vooraf bericht gegeven, dat hij gaarne een kijkje wilde nemen in hetgeen hier door kapitaal, ondernemingsgeest en noeste volhardende vlijt was gewrocht, dan vond hij aan het station een rijtuig gereed om hem naar de onderneming te brengen. De weg, waarlangs men in den beginne reed, was eenvoudig daardoor gevormd, dat op den afstand der wegbreedte twee evenwijdige slooten waren gegraven, door middel waarvan de strook veen daartusschen werd drooggehouden, en dat op den weg heideplaggen waren geworpen, ten einde het verzakken der raderen van het voertuig in het veen te voorkomen. Eerst na een half uur gereden te hebben, kwam men op een goed onderhouden grintweg. Deze grintweg, die over zijn geheele lengte door eiken- en iepenboomen – welke beide boomsoorten, het zij terloops gezegd, een krachtigen, gezonden groei vertoonen – beschaduwd wordt, is tegenwoordig tot aan het station doorgetrokken. Dit is ook geschied met het kanaal, dat langs Helena-Veen loopt, zoodat de onderneming nu met het station door een land- en een waterweg verbonden is. In de onmiddelijke nabijheid daarvan ziet men verscheiden gebouwen, aldaar geplaatst door een nieuwe vennootschap, die met haar producten Helena-Veen een vreedzame concurrentie zal aandoen. Over een groote oppervlakte is het veen met losse, lichtgele turf bezet, die f nog in lange rijen staat, f reeds in grootere hoopen is opgestapeld; men ziet arbeiders bezig met het kruien van de turf op een hoop van buitengewone afmetingen, gelijkend op een langwerpigen engelschen graanberg, hoewel de afmetingen in alle richtingen grooter zijn dan die van laatstbedoelde. Langs den grintweg naar het centrum der onderneming rijdend, ziet men op verschillende plaatsen het veen aangestoken, en wel hier uitsluitend met lichtgele, daar met zwarte turf bezet.
Maar, zal misschien de lezer vragen, is een ontginning van hoogveen – hoezeer stellig gewichtig voor den kapitalist, die door het verturven van veen zijn kapitaal rentegevend wenscht te naken, of voor den turfgraver, die arbeid zoekt – van zdanig algemeen belang, dat de bespreking dezer onderneming in dit jaarboekje een plaats verdient?
Ter beantwoording van die vraag, en tevens om in herinnering te brengen, welke hooge verwachtingen het belangstellend publiek van den arbeid der "Maatschappij tot ontginning en verveening der Peel" koestert, is het misschien niet ondienstig, hier twee feiten op te teekenen.
Het eerste feit is de algemeene belangstelling, die zich in den laatsten tijd in Duitschland met betrekking tot de ontginning en bebouwing van veen heeft geopenbaard. Daar te lande wint meer en meer de overtuiging veld, dat veenen ook voor de landbouwvoortbrenging hooge waarde hebben, maar dat men nog zeer onvoldoende op de hoogte is van de middelen, waardoor de ontginning daarvan op de meest doelmatige wijze kan geschieden. Op grond van deze overtuiging deed in het jaar 1874, op het congres der duitsche landbouw-scheikundigen, de hoogleeraar Nobbe het voorstel, voor de heide-, ven- en poldergronden van het noordwesten van Duitschland een eigen landbouw-proefstation op te richten. Om aan dit voorstel uitvoering te geven, werd door de "Vereeniging tegen het veenbranden" – die het lot van den armen bewoner der veenstreken tracht te verbeteren, door hem betere middelen aan te wijzen om van het veen voordeel te trekken dan door het veenbranden en het verbouwen van boekweit op het afgebrande veen – door genoemde vereeniging zeg ik, werd in de vergadering te Bielefeld in het jaar 1875 aan haar bestuur opgedragen, met de regeeringen der betrokken landen en met verschillende vereenigingen aldaar in onderhandeling te treden, ten einde de oprichting van een proefstation ter bevordering eener rationeele ontginning van veen- en heidegronden tot stand te brengen.
Dat deze onderhandelingen, in den beginne zonder goeden uitslag gevoerd, ten slotte tot het beoogde doel hebben geleid, is voornamelijk daaraan te danken, dat de voorstellen van vermeld bestuur bij den toenmaligen, kundigen pruissischen minister van landbouw, den her dr. Friedenthal, een gunstig onthaal vonden. Deze namelijk had de veenstreken van Duitschland en Nederland persoonlijk bereisd en van zijn reizen de overtuiging meegebracht, dat de bevordering der ontginning van het veen in hooge mate was ten nutte van het algemeen. In 1876 werd te Berlijn een vergadering van deskundigen belegd, om over de oprichting van het beoogde proefstation te beraadslagen. En het gevolg daarvan was in het leven treden van een zoogenaamde centrale veen-commissie, die er in geslaagd is, te Bremen een proefstation in het leven te roepen.
De taak, aan dit proefstation opgedragen, is een veel ruimere dan die van de meeste landbouw-proefstations. Het had toch alle middelen en wegen op te sporen, die tot het in cultuur brengen der veenen in Duitschland konden leiden. De middelen, waarover het voor dit doel kon beschikken, bedroegen in 1877/78 ƒ 10.000, maar zijn met elk jaar vermeerderd en beliepen in 1882'83 iets meer dan ƒ 18.000. Men kan van dit proefstation, waarvan dr. Fleischer de krachtige leider is, getuigen, dat het zijn taak ruim en flink opgevat en in den tijd van zes jaren reeds veel belangrijks geleverd heeft. Men heeft er van de ligging en de uitgebreidheid der veenen in het westen van Duitschland een uitgebreide studie gemaakt en de uitkomsten daarvan bekend gemaakt en de uitkomsten daarvan bekend gemaakt. Voorts is er een nauwkeurig onderzoek ingesteld naar de physische en chemische eigenschappen der veengronden; en heeft men nagegaan, welke mestmiddelen onder verschillende omstandigheden het doelmatigst kunnen worden aangewend, hoe men de drooglegging moet inrichten om de verbouwde gewassen voor overmaat van water te vrijwaren, zonder ze van het voor hun groei noodige water te berooven. Er werden proeven te velde op groote schaal genomen met den aanbouw van landbouw-, tuin- en houtgewassen, zoodat het ambtenaarspersoneel van het proefstation dan ook niet uitsluitend uit scheikundigen bestaat, maar tevens uit personen, die de proefnemingen op het veld op touw kunnen zeten en nagaan.
Het ligt voor de hand, dat de kans van slagen vooral van deze laatste proefnemingen grooter werd, naarmate de ontwerpers daarvan beter op de hoogte waren van de methoden, in de practijk met goeden uitslag reeds toegepast om van de veengronden door bebouwing partij te trekken. Welke schatten in het veen ook voor den landbouwer verborgen liggen, was in Duitschland vooral door het in cultuur brengen van ondiep laag veen door Rimpau algemeen bekend geworden. Veengronden, die omstreeks 25 jaren geleden weinig en slecht hooi opleverden, dat nauwelijks de kosten van het oogsten goed maakte, werden door Rimpau met betrekkelijk geringe kosten veranderd in bouwgronden, die in waarde en opbrengst met goede kleigronden konden wedijveren. Nadat eenmaal de aandacht op de hooge waarde van het veen voor den landbouw was gevestigd, begonnen de Duitschers ook belang te stellen in hetgeen op dit gebied in andere landen was geschied. Zoo trok het ook in Duitschland algemeen de aandacht, dat men in Nederland reeds eeuwen geleden de kunst heeft verstaan, kale, slechts met veenmos, heide of biezen bezette veenen in vruchtbare landbouwen te herscheppen.
Hiermede kom ik vanzelf tot het tweede feit, dat ik den lezer slechts in herinnering behoef te brengen om hem te doen gevoelen, van welk belang het welslagen der onderneming te Helena-Veen is. Iederen Nederlander is het immers bekend, dat de, tegenwoordig misschien 40.000 inwoners tellende, welvarende bevolking van de zoogenaamde veenkolonies der provincie Groningen rijke oogsten haalt van gronden, die vroeger met hoogveen bezet waren. Misschien echter is het niet aan ieder bekend, dat de geboorte dezer welvarende landstreek niet zonder zware barensween heeft plaats gehad, en dat deze groote oppervlakte gronds waarschijnlijk nog heden met veen, of na afturving met heide, bezet zou zijn, indien niet het gemeentebestuur der stad Groningen in het einde der zestiende en in het begin der zeventiende eeuw bestaan had uit mannen, begaafd met een ver ziend oog, en die beseften dat, wie een grootsch doel wil bereiken, voor de eerste schreden op den goeden weg niet moet terugdeinzen, omdat de weg nog ongebaand is en het niet aangenaam is hier in de modder te zakken of ginds de voeten aan in den weg liggende steenen te bezeeren – mannen, die niet schroomden een abeidsveld te bewerken en te bezaaien, waarop de oogst eerst door toekomstige geslachten kon worden binnengehaald. Landbouwer en stedeling mogen  deze deze mannen in dankbare herinnering houden, omdat zij het eerst het bewijs hebben geleverd, dat de stedelijke meststoffen dienen kunnen om den landbouwer winsten van zijn grond en daardoor den stedeling goedkooper voedingsmiddelen te verschaffen. De bewoners der veenkolonies mogen mannen niet vergeten, die den weg hebben aangewezen, hoe men door combinatie van verturving en cultiveering van den grond veel kapitaal en arbeid, niet alleen voor korten tijd maar ook op den duur, winstgevend maken kan. Nederland eindelijk moge de mannen niet vergeten, die voor het rijk een welvarend gewest hebben gewonnen, doordat zij den verveener de verplichting oplegden, den afgeveenden grond in cultuur te brengen.
Ten bewijze, dat inderdaad deze verdienste uitsluitend aan bestuurderen der stad Groningen toekomt, ontleen ik hier een paar mededeelingen aan de "Proeve van een geschiedenis der landhuishouding en beschaving in de provincie Groningen", van H. Dijkema.




Terug naar beginpagina

Wie kan dit rijmpje aanvullen?

Onderstaand rijmpje zei ons vader - Toon Vervuurt - in de jaren '60 regelmatig op. Dat was elke keer weer 'lachen!'

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven,
ik kwam Jan de poeperd tegen.
Jan de poeperd wou mij slaan,
maar ik had hem niks gedaan!

Er bestaat misschien een tweede (Peels?) couplet. Kun jij mij vertellen wie dit verzonnen heeft?

Mail mij a.u.b.



Terug naar beginpagina

Gezocht: namen bij de groepsfoto van Helenaveners

Klik op onderstaande foto en download de gehele foto. De foto is waarschijnlijk gemaakt in 1913 voor de directeurswoning aan de Geldersestraat in Helenaveen. Ik ben op zoek naar namen. Misschien heeft u oude familiefoto's uit die tijd en ziet u bekende personen. Grote kans dat een van uw voorouders op de foto staat! Mail mij a.u.b.



Klik op de foto en download deze. Er zijn reeds namen bekend!


Terug naar beginpagina



Laatste 'Eigen Weg-bord' verwijderd

30 april 2010 - Het enig overgebleven gietijzeren 'Eigen Weg-bord' van Maatschappij Helenaveen is begin 2010 helaas opgeruimd.
De huidige eigenaar van het laantje heeft daarvoor de opdracht gegeven i.v.m. opschoning voor de komende 'Entente Florale' / 'Groenste dorp van Nederland'-verkiezing.
Dit unieke, meer dan tachtig jaar oude bord stond op de hoek van de Helenastraat/Spitskoolweg nabij het voormalige boterfabriekje 'De Fuke' waarin later het postkantoor gevestigd is geweest. In de jaren '50-'60 was daar kapper Frans Arts gevestigd.
Navraag leert dat het bord niet meer bestaat: het is als 'oud ijzer' afgevoerd. Het bord was een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van Helenaveen. Alweer is een historisch overblijfsel onnodig verdwenen... Foei!!!



Op de linker foto het bordje in volle glorie. Rechts de situatie op 30 april 2010.



Terug naar beginpagina

De geschiedenis van Helenaveen
beschreven door Eerwaarde moeder overste, zuster Hendrina in Kamp Mariaveen 1945/1946

Er zijn enkele overgetypte en gekopieerde versies in omloop. Het originele schrift is na 1981 zoekgeraakt. Pastoor Lips heeft het in zijn bezit gehad. Gedeelten ervan zijn destijds overgenomen door dominee Jelsma. Hij verzorgde i.v.m. het 125-jarig bestaan van Helenaveen voor publicatie in het Interkerkelijk Parochieblaadje voor Helenaveen. In 1981 heb ik het geleend van pastoor Lips om passages te kunnen opnemen in de Info-gids voor Helenaveen.

Mijn vraag:
Wie kan mij vertellen waar het originele handgeschreven document gebleven is?
Mail mij a.u.b.



Terug naar beginpagina

Knutselwerk van de zusters te Helenaveen

In de jaren '60 van de vorige eeuw werden er regelmatig 'Fancy Fairs' oftewel 'Kinderkermissen' in Helenaveen georganiseerd. De kloosterzusters boden dan allerlei eigengemaakte hebbedingetjes aan. O.a. de inktlapjes met opgenaaide knoop om je kroontjespen schoon te kunnen vegen...

Ik ben op zoek naar een ander door de zusters geknutseld gevalletje: De op karton opgeplakte ansichtkaarten die je door een bepaalde beweging om kon laten klappen. De kaarten waren verbonden met katoenen linten en 'flapten' van boven naar beneden.


Wie heeft nog zo'n exemplaar? Ik wil daar graag foto's van maken! Mail me: >
klik hier<



Terug naar beginpagina

Herkent u personen op onderstaande schoolfoto?

Krijtbakje tegen de kast, vlechtmatje op het tafeltje en koude trottoirtegels op de vloer.

Op de achtergrond: de arbeiderskasten van Maatschappij Mariaveen. Deze foto bevindt zich in het persoonlijke album van Zuster Hendrina.

Deze schoolklasfoto is gemaakt rond 1945 in de noodschool, een voormalige ontginningsschuur in Mariaveen. Kunt u gegevens verstrekken en namen noemen van de kinderen op deze foto? Deze wil ik graag opnemen in mijn volgende boek over de geschiedenis van Helenaveen.

Reacties graag naar: Andr Vervuurt



Terug naar beginpagina

Wie heeft foto's van het oudste kerkhofdeel..:

Wie heeft oude foto's van het R.K. kerkhof te Helenaveen met daarop de monumenten van het oudste deel (linksvoor)? Mail mij en ik kom heel graag op afspraak bij u thuis een reproductie van de foto('s) maken!

Foto's van de naastgelegen Algemene Begraafplaats - het 'Protestantse kerkhof' - zijn natuurlijk ook van harte welkom!

Het graf van Cecilia Theelen-Mertens, de eerste vrouw van Meester Leo Theelen. (foto: Paul Theelen te Eindhoven). Op de achtergrond ziet u het oudste gedeelte van het kerkhof. Er zijn op die plaats tussen 1895 en 1910 ongeveer 270 Helenaveners begraven! Zie ook: De kerkhofpagina op deze site.


Terug naar beginpagina


Oude foto:

Wie kan er iets vertellen over onderstaande foto? Zou deze rond 1864 gemaakt kunnen zijn? Herkent u het jongetje? Viert hij het 'H. Communiefeest' of 'Vormsel?' Heeft hij een kerkboek/gebedenboek in zijn hand? Zou het Cobuske Vervuurt kunnen zijn?

De fotograaf: Kannemans en Zoon te Breda.


De foto bevindt zich in het Vervuurt-Van Mullekom-Van den Oetelaar album.

Reacties graag naar: Andr Vervuurt


Terug naar beginpagina

Oproep:

Wie heeft er speldjes van de Heidemij die verkregen zijn tijdens het inleveren van inlandse en/of amerikaanse eikels bij Toon Vervuurt op de Tuinbouwloods Helenaveen in de jaren '60 en '70? Ik wil daar graag een foto van maken. In mijn tweede boek over Helenaveen besteed ik daar aandacht aan. Uw naam wordt dan ook vermeld in het colofon!

Anekdotes zijn eveneens van harte welkom!
Klik hier en stuur een mailtje naar Andr Vervuurt


Op donderdag 5 oktober 2006 ontving ik per post een pakketje van Jacobi Boomzaden uit Arnhem... Daarin zaten de speldjes!

Hartelijk dank hr. Jacobi uit Arnhem!



Terug naar beginpagina


Naspeuringen naar meester Leo Theelen en Cecilia Mertens


Ingezonden door Paul Theelen. Eindhoven, 25 januari 2006


Cecilia Theelen - Mertens. Leo Theelen met zijn jachtgeweer achter zijn huis (het latere zusterklooster) aan de huidige Oude Peelstraat 1

Medio februari 1922 komt het pasgetrouwde echtpaar Cecilia Mertens en Leo Theelen in Helenaveen wonen. Ze zijn dan beiden al 10 jaar elders onderwijzer geweest. Leo wordt benoemd tot hoofd van de Openbare Lagere School te Helenaveen. Er worden snel na elkaar 4 kinderen geboren. Precies n maand na de geboorte van het vierde kind overlijdt Cecilia Mertens (14 augustus 1926). Leo houdt vanaf 23 augustus 1921 (hun trouwdatum) een gedetailleerd kasboek bij. U vindt o.a. deze gegevens op de site van hun kleinzoon Paul.



Terug naar beginpagina

1944.
Het mijnendrama in Marisbergen te Grashoek, ten zuiden van Helenaveen


Tekst: Huub Kluijtmans, Grashoek. Onderdeel van de website van Andr Vervuurt


September 1944 In Noord-Limburg worden de laatste Duitse verzetshaarden gebroken en zo de een na de andere plaats bevrijd. Helemaal gladjes verliepen deze bevrijdingsacties natuurlijk niet, want sinds september was in deze contreien van het front weinig beweging mede door het moeilijk te nemen peelgebied wat voor de geallieerde troepen een lastige hindernis was.
Zo kwam dan voor Grashoek op 18 november 1944 een einde aan de 5 jarige bezetting.
Soldaten van de 15de divisie infanterie bestaande uit Schotten verdreven de laatste Duitsers van de 7de divisie Fallschirmjger welke hier al maanden stand hielden en in de bossen van de Marisbergen, westelijk van Grashoek, artillerie duels uitvochten met de Engelsen die tussen de kanalen van Meijel en Neerkant waren ingegraven. Tijdens dit terugtrekken werden een van de gemeenste van alle wapens ingezet nl. de voetmijn. De mijnen werden op het kruispunt en omgeving van de weg tussen Ontginningsweg en Helenaveenseweg bij begin Belgenhoek verspreid verborgen. Binnentrekkende troepen zagen bij het bereiken van deze plaats in dat het hier wel eens om een mijnenveld kon gaan, gezien de lokkertjes die hier her en der verspreid lagen. Zoals potten en pannen, een paar fietsen en ook een militaire baret welke mogelijk voor de Britten als souvenir gewild verzamelobject was.
Deze truc werkte niet en het gehele bosgebied van de Marisbergen werd met linten afgezet en als verboden terrein bestempeld. Het was te gevaarlijk vanwege de mijnen en boobytraps die er lagen.
Dat de geallieerden niet overal tegelijk de mijnen en ander wapentuig onschadelijk konden maken lag natuurlijk voor de hand en zo duurde het tot zaterdag 15 december 1944, dus vier weken na de bevrijding. Op deze dag zouden enkele leden van de familie Steeghs naar hun grond gaan welke achter het bos aan de westzijde van dit mijnenveld lag, om werkzaamheden te verrichtten.
Jarenlang had men hiervoor de kortste weg genomen. Gewoon recht toe midden door het bos, maar nadat het gebied door linten was afgezet en als gevaarlijk gebied was bestempeld maakte men gebruik van de weg achterom, dus via de Helenaveenseweg — Belgenhoek (zie situatiekaartje).
Ook bij de familie Steeghs was het verhaal van de fietsen op het mijnenveld bekend en werd wegens gevaar voor de mijnen angstvallig vermeden. Direct na de middag op deze 15de december vertrokken Piet, de jongste zoon, en Bertus naar de Belgenhoek. Terwijl z’n oudere broer Bertus het paard inspande ging Piet alvast vooruit om op de akker in de Belgenhoek te gaan helpen. Tegen alle waarschuwingen in ging Piet binnendoor om te kijken of er iets van zijn gading door de Duitsers was achtergelaten. Het noodlot sloeg toe. Piet trapte op een mijn en z’n been werd door de klap verminkt. Hevig bloedend en krimpend van de pijn schreeuwde hij om hulp, dat op diverse plaatsen rondom het bos werd gehoord.
Zo ook door zijn oudere broer Bertus die reeds met paard en kar onderweg was bij de familie Toontje van Mullekom aan de Helenaveenseweg. Hij riep tegen de daar aanwezigen: Als dat m’n broer Piet maar niet is. Martien Bellemakers uit Neerkant en Sjaak Vervuurt sprongen op de kar bij Bertus om mee hulp te gaan verlenen. Zij werden nageroepen door Duijf van Mullekom. “Ga er in godsnaam niet naar toe, veel te gevaarlijk, waarop Martien Bellemakers weer van de kar sprong en aan het werk ging. Jac Vervuurt beloofde Duijf van Mullekom niet van de kar te gaan. Zo voeren Bertus en Jac naar de plek des onheils. Daar troffen zij de zwaargewonde Piet aan. Vanaf dit moment komt alles in een stroomversnelling. De knal van de mijn en het daarop volgende hulpgeroep had namelijk meer mensen bereikt en er was van alle kanten hulp onderweg.
Onder andere Hubert Houben kwam te voet aangelopen en trok zich niets aan van de waarschuwingen om te blijven waar hij was en niet dichterbij te komen. Hij ging naar Piet toe om hem bij het mijnenveld weg te dragen. Bij Piet aangekomen stapte hij ook op een mijn. Met een enorme knal sloeg zijn ………been eraf. Nu lagen er twee slachtoffers in het mijnenveld.
Bertus Steeghs en Sjaak Vervuurt keerden paard en kar en zette achter uit richting Piet en Houben. Bij Piet aangekomen lukte het hen warempel om hem op de kar te trekken zonder er zelf van af te stappen. Daarna reden ze terug vanwaar ze vandaan gekomen waren. Opnieuw sloeg het noodlot toe. Het paard van Bertus stapte op een mijn en werd gewond aan een been. Het dier begon te springen en wild op en neer te slaan. Er was geen houden meer aan. Er werd besloten dat Sjaak Vervuurt van de kar zou stappen en de sleger, dit is een aanspansel wat voor het paard door steekt los te maken, waardoor het dier zich uit de kar zou kunnen bevrijden. Sjaak zou door het karrenspoor lopen omdat daar theoretisch geen mijnen zouden liggen. Bij het losmaken van de sleger bleek precies op de rand van het karrenspoor toch een mijn te liggen, de redders waren er bij het achteruit rijden rakelings langs gereden. De mijn werd door Sjaak Vervuurt geraakt waardoor deze explodeerde. Door de slag werd Sjaak teruggeworpen en viel op zijn zij op een tweede mijn. De gevolgen waren verschrikkelijk. Sjaak, 24 jaar oud, was op slag dood. Naast het verminkte lichaam van Sjaak stond de kar waarop twee zwaargewonden en Bertus en een paard ervoor dat gewond was. Ze konden geen kant meer op. Omstanders durfden vanwege het gevaar van zovele mijnen niet meer naderbij te komen.
Toen kwam er hulp van Hein van Mullekom. Hij had z’n paard ingespannen en reed naar het mijnenveld. Keerde paard en kar en zittend op zijn knien manoeuvreerde hij zijn kar terug langs de kar van Bertus welke nog steeds door het gewonde paard heen en weer geslingerd werd. Het lukte Hein en Bertus de twee gewonden over te laden op z’n kar. Ook Bertus kon via deze kar het mijnenveld verlaten. Hein gaf z’n het bevel aan te rijden. Een van de grote spaakwielen van z’n Brabantse kar reed op een mijn. De houten spaken vlogen voor een deel uit het wiel, maar het lukte toch uit het mijnenveld weg te komen. Met een omweg reden ze door de wegbermen en akkerland om de gewonden het schokken en stoten door het kapot geslagen wiel zoveel mogelijk te voorkomen. Zij reden naar de boerderij van Houben. Daar was inmiddels in allerijl verpleegkundigen opgetrommeld. Rode Kruis wagens van het Britse leger brachten hen naar het ziekenhuis in Weert, dat ook in bevrijd gebied lag.
Intussen was het levenloze lichaam van Sjaak Vervuurt, het gewonde paard van Steeghs en een kadaver van een hond in de tussentijd ook op een mijn gelopen, op het mijnenveld achtergebleven.
De schok van dit ongeluk dompelde de betroffen families en de gehele omgeving in rouw, verbittering en machteloze woede. Het werd voor de familie Vervuurt een ondragelijke nacht daar het lichaam van Sjaak niet geborgen kon worden. Pas de dag erop zou Engelse hulp ter plekke zijn om met detectors het mijnenveld te ruimen.



Kaartdeel Historische wandelroutes Helenaveen.



Zondag 17 december 1944 ’s morgens om 9 uur begonnen de Britten met het afzoeken en onschadelijk maken van de mijnen. Ook het paard, dat nog steeds op de grond lag en met een been slaande bewegingen maakte, werd met een paar welgemikte schoten door de Britten uit zijn lijden verlost.
Het levenloze lichaam van Sjaak Vervuurt dat de gehele nacht in het mijnenveld was blijven liggen werd door de Britten op een brancard gelegd en afgevoerd.
Het zoeken ging door tot het invallen van de duisternis de Britten noopte verder zoeken te staken. Het reeds afgezochte deel werd met lint afgezet. De soldaat die dit deed knoopte eerst het lint aan een boom links van de weg, stak vervolgens de weg over en liep in de richting van een boom aan de overzijde. Hij bukte zich, maakte nog een pas en trapte op een mijn die over het hoofd was gezien. Een been van de soldaat werd afgerukt. Andere soldaten snelden toe om hulp te bieden. Weer ontplofte een mijn, die beide benen van een soldaat verwoestte.
In twee dagen twee drama’s op Marisbergen. Een dode en 4 zwaargewonden was de trieste balans van 15 en 16 december en nog was de ellende op deze onheilsplek nog niet afgelopen. Twee verdere slachtoffers zouden volgen.
Weken later op zondag 13 januari 1945 ging Willem Driessen, een jongeman uit Grashoek, ook nog eens op de plek des onheils rondsnuffelen of er nog iets van zijn gading te vinden was. De mijnen op de weg en in de berm waren door de Britten geruimd, maar in de bosrand lagen er nog enkele verborgen. Een van deze mijnen ontplofte toen Willem er met z’n voet op ging staan. Ook hij verloor een been. Hulp kwam toen niet opdagen omdat op deze zondagmiddag niemand de knal hoorde. Met de moed der wanhoop is Willem op een zij richting bewoonde wereld gekropen en het lukte hem de zandweg van Houben naar van Mullekom te bereiken, waar bij toeval Niek Houben passeerde, die het gekreun van Willem opmerkte en alarm sloeg.
Dat de technische middelen en de tijd de Engelsen ontbraken, bleek uit het feit dat Ampers Naad ziene Jan, Jan Gielens, destijds jachtopziener te Grashoek, nota bene n jaar na dato, 1 februari 1946 tijdens zijn rondgang door de bossen te Grashoek op een mijn trapte die enkele tientallen meters verderop in het jonge dennenbos verstopt was en zo zwaar gewond raakte dat hij de nacht erop aan zijn verwondingen bezweek. Naar men aannam betrof het hier een zwaarder type mijn las bij de andere slachtoffers.
Nog een saillant detail was hier dat een week voor dit ongeval een drijfjacht had plaats gevonden welke de jagers door dit stuk bos voerde in de veronderstelling dat er niets meer lag. Bij toeval is iedereen langs deze en eventueel nog meerdere verborgen mijnen gelopen.
Tot tientallen jaren na de oorlog, ja zelfs tot op heden ten dage zijn er nog mensen in Grashoek die voor geen goud hier door het inmiddels oudere dennenbos durven te lopen, uit angst dat er nog steeds mijnen aanwezig kunnen zijn.

Dit verhaal is opgemaakt uit de monden van nog levende getuigen en de heemkundevereniging. Misschien dat een plaquette met de namen van de slachtoffers en een beknopte tekst wandelaars en andere passanten er aan kan doen herinneren wat zich op deze plek heeft afgespeeld. Dit verschrikkelijk gebeuren illustreert nog eens welk een gemeen wapen mijnen zijn. Heden ten dage worden duizenden mensen elk jaar gedood of verminkt over de gehele wereld, vaak nadat een oorlog al jaren voorbij is. Ook in het dorp Grashoek was met de bevrijding nog geen eind gekomen aan het lijden. Een hoge tol moest betaald worden voor de vrijheid. Deze plek in de bossen van Marisbergen getuigt daar van. Er staat een veldkruis op de plaats waar het drama zich afspeelde.

De vertellers zijn: Niek Houben, zoon van Hubert; Rein Vervuurt, broer van Sjaak; Wim van Mullekom, getuige waar Bertus Steeghs alarm sloeg.




Terug naar beginpagina



Driek Bosch



Hendricus in 1908 voor zijn ouderlijke woning aan de huidige Koolweg 26.
Geboren te Helenaveen: 09-08-1889, gestorven te Deurne (Bejaardenhuis): 06-12-1976

- Is van 1931 tot 1953-'54 in de kost bij Maan Danils (Oude Peelstr. 53, Sjefke Koopmans' huis).
- Daarna bij Johanna Naus-Swinkels aan de Radijsstraat 5 (Huis Schonewille, nu Rector Nuijtsstraat).
- Bij Lej Hendriks aan de Geldersestraat (voormalige woning van Jules de Corte).
- Bij 'n broer van Herman van Diesen aan de Bakelseweg in Deurne. Hierna verhuist hij naar het bejaardenhuis aan de Kruisstraat in Deurne.

Driek is in Helenaveen grafdelver geweest tot eind jaren '50.
Hij was ongehuwd en vooral bekend om zijn pruimtabak en de daarbij behorende "spuug".

In de jaren '60 bestond er over hem een 'opzegversje'. Ik heb 't niet compleet. En de volgorde?


Driek Bosch, d'n duvel is los
Bij Cobus Maes in de gaas
Bij Bakker op d'n akker

Het heeft gevroren zei Van Horen,
De handen plekken aan de klink zei vrouw Brink,
Bij ons op het erf zei Jan van der Werf

Ik heb hem zien dansen zei Driekske Janssen


---

Het is winter zei van Dinter
Het is koud zei van Hout
Het heeft gevroren zei van Dooren
 
Het regent, het zegent,
De pannen worden nat
En als de kiendjes buiten komme
Krijgen ze tegen het gat.




Is er nog meer aanvulling?

KLIK HIER!


Terug naar beginpagina

E-mailadressen gezocht

Graag houd ik contact i.v.m. mogelijke vragen die ik heb op het gebied van de historie van Helenaveen.

KLIK HIER!


Terug naar beginpagina

Een Van Mullekom foto...



5 november 1946.

Foto ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van Leo van Mullekom en Lieske Sonnemans.



Bovenste rij v.l.n.r.: Mijn schoonvader
Toon van Piet van Mullekom (x Gonda Janssen) - Miet van Marinus van Mullekom (x Sjaak Crommentuijn) - Betje van Leo van Mullekom x: - Martien v. Grunsven - Miet van Leo van Mullekom x: - Leo Veldhuijzen - Doortje van Leo van Mullekom (x Harrie van Pietje Sonnemans) - Broer Veldhuijzen - Marinus van Leo van Mullekom - Driekske van Leo van Mullekom - Piet van Leo van Mullekom - Dick vd Bovenkamp - Tonia van Leo van Mullekom (x Harrie Janssen) - Albert Postuma - Dina Postuma (x Dick van de Bovenkamp) - Cor van Manus Sonnemans - Bep van der Werf x: - Toon van Leo van Mullekom

Middelste rij v.l.n.r.: Vrijgezel Hermanus (
Maan) Potharst uit Zwolle (knecht bij Leo en Lieske van Mullekom-Sonnemans aan de Helenastraat - Dora Timmermans x: - Manus Sonnemans - Vrijgezel Hannes van Mullekom (met de indrukwekkende snor) - Duif (Columba) van der Werf x: Toontje van Mullekom - Anna (Miet) Kartner x: - Harrie van Lieshout

Onderste rij v.l.n.r.:
Betje van Toontje van Mullekom (Grashoek) - Anna, (Johanna Catharina) van der Werf (x Marinus van Mullekom) - Duifke van Marinus van Mullekom (x Cees van Esseveldt) - Marinus van Mullekom (x Anna van der Werf) - Antoinetta Coolen x: - Willem van Mullekom - Leo van Mullekom (x Lieske Sonnemans) - Henk van Leo van Mullekom (x Henny Sanders) - Lieske Sonnemans (x Leo van Mullekom) - Mijn oma Drica van Mullekom x: - Mijn opa Hannes Vervuurt - Han Verschaeren (x Piet van Mullekom) - Betsy van Piet van Mullekom (x Jan Arts) - Piet van Mullekom (x Han Verschaeren) - Mijn tante Tonny van Hannes Vervuurt (x Jan Moonen)

________

*Alle 'Betjes' op deze foto zijn genoemd naar Elisabeth van Heesch (*Alphen aan de Maas 1854 - †Helenaveen 1926), de echtgenote van Antonius van Mullekom. Elisabeth, Betje ligt begraven op het RK kerkhof te Helenaveen, grafnr. 009 - Oud gedeelte
. Zij wordt de 'Oermoeder' van alle Peelse Van Mullekoms genoemd.

Laatste wijziging: 20 oktober 2016 - met dank aan Wim van der Werf uit Helenaveen.
Hebt u aanvullingen of meer informatie?
Mail het me!



Terug naar beginpagina

Krantenbericht uit Drenthe



Erica Drenthe


De kruising Griendtsveenstraat - Peelstraat nabij de ophaalbrug over het Dommerskanaal in Erica, Drenthe




Terug naar beginpagina


Familiefoto gezocht!



Op 6 mei 1903 is in Helenaveen een familiefoto gemaakt ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van Jacobus Vervuurt en Theodora van Lith (mijn overgrootouders).



Op die foto staan meerdere familieleden en kinderen.



Neemt u contact met mij op indien u weet wie deze foto heeft? Ik wil daar heel graag een reproductie van maken.

KLIK HIER!



Terug naar beginpagina

Friettentfoto's gezocht...

Links naast Hotel Caf 'In d'Ouwe Peel' van Theo en Tilly Peters aan de Oude Peelstraat heeft in de jaren '60 en '70 een houten "friettent" gestaan. Deze werd in de jaren '60 gerund door Bruurke van de Bovenkamp en zijn vrouw Mien Janssen.

1955   1960. Bruurke en Mien

mei 1967

Daarna stonden Sef Wilms en zijn vrouw Miet uit de Grashoek in deze friture.

Op 30 december 2009 ontving ik van Jos Wilms, zoon van Sef, deze prachtige foto:



Dochter Annie en Sef Wilms uit de Grashoek zorgen voor 'n heerlijk frietje!
De foto is genomen in de friettent tijdens de kermis te Helenaveen in 1975.
De gloeilamp bij het dakluikje moest in de avond motvlindertjes en andere
ongewenste beestjes bij het bakgedeelte weghouden. De voedsel- en waren-
wet eiste stromend water in een dergelijke horecagelegenheid:
Sef monteerde een wasbakje met kraantje en verbond dat met een tuinslang
aan een jerrycan tegen de achterzijde van de frietkraam... Goedgekeurd!
Foto en gegevens: Jos en Nic Wilms.




De Oude Peelstraat in 1979. In de cirkel: de bruin gebeitste friettent met
overdekte wachtruimte en draadijzeren afvalmand.
Links achter het geboomte staat de auto van Sef.
Foto: Andr Vervuurt. Klik op de foto voor een StreetViewbeeld van nu.


Van zoon Nic Wilms ontving ik de prijslijst van 1975*:
f 1,00 (1 gulden) = 45 eurocent. € 1,00 = f 2,20.

Friet:  f 0,80 - f 0,90 - f 1,00
Friet zuurvlees:  f 1,75
Fricandel:  f 0,75
Fricandel speciaal:  f 1,10
Goudkroket
:  f 0,65
Nassi goud:  f 0,65
Bami goud:  f 0,65
Knakworst:  f 0,65
Bockworst:  f 1,25
Beckburger:  f 0,70
Rolmops:  f 1,00
Zure vis:  f 1,00
Slaatjes:  f 1,25
Vis(s)tick:  f 1,00
Loempia:  f 1,75

Letterlijk overgenomen van het prijzenbordje achterin de friettent (1975) op bovenstaande foto.



* Bij nadere bestudering van het prijsbordje door Nic,
bleken enkele prijzen nog wat lager dan dat we in eerste
instantie dachten. Dat is (was) extra smullen dus..!

f 1,00 (1 gulden) = 0,45 eurocent.

Rond 1980 kon je bij Sef ook 'Frietje-sat' bestellen. D waar lekker!

Advertentietekst uit het Interkerkelijk Parochieblaadje ‘De Ouwe Peel’ van 1978:

Bij Sjef kunt U steeds terecht,
voor het lekkerste gerecht;
als U het maar even zegt,
wordt het netjes voor U neergelegd:
wat U ook zoudt willen bestellen
frites, knakworst of frikandellen.


Bovenstaand rijmpje is vermoedelijk gemaakt door pastoor Lips, de hoofdredacteur van het Parochieblaadje.

In 1983 of 1984 is deze frietkraam afgebroken en wordt dan als tuinhuisje geplaatst in een Helenaveense tuin aan de Pastoor van Haarenstraat. Daar staat 'ie nu nog!
(11 maart 2011; informatie van oud-Helenavener Geert Derks te Hokitika, Nieuw Zeeland)

Heeft u meer foto's van, of gegevens over de friteskraam van Bruurke of Sef;
KLIK HIER!



Terug naar beginpagina


Wanne fantast, die van Vevrt..!


1.
De Romeinse militaire aanvoerder Donatus is de beschermheilige van de parochie Helenaveen in de Peel...

Zou de gouden helm van de Heilige Donatus geweest kunnen zijn???



Klik op de helm voor informatie over Donatus



Terug naar beginpagina



2. Toeristische mogelijkheid Helenaveen 1:




Helaas voor de liefhebber. Geen Peelmuseum maar voor de gelukkigen: 'n Peelhuys..!

Foto: Andr Vervuurt. Klik op de foto voor een StreetViewbeeld van nu.



3. Je eigen navigatiesysteem: de 'AvNav'

In plaats van een dure TomTom of een onhandige wegenkaart kun je op een simpele wijze je eigen digitale navigatiesysteem in je auto installeren. Met een lcd-schermpje naar keuze!

1. Koop een 'digitaal' fotolijstje

2. Plan je route op je eigen pc. Bijvoorbeeld via http://www.routenet.nl, of nog mooier: http://maps.google.nl, optie kaart en satelliet (beide).

3. Maak van (door jezelf te bepalen) knooppunten op de route of plaatsen die je belangrijk vindt een schermafdruk.

4. Bewaar elke schermafdruk chronologisch als .jpg

5. Kopieer de plaatjes op een memory-kaartje.

6. Steek het kaartje in het digitale fotolijstje

7. Monteer het lijstje m.b.v. klittenband in je auto op een handige plaats.

8. Tijdens de reis kun je de plaatjes oproepen die je op dat moment belangrijk vindt.

Succes!


Andr Vervuurt

Indien het fotolijstje de mogelijkheid heeft van een hoge contrast-instelling kun je overwegen om de plaatjes in spiegelbeeld op het memorykaartje te bewaren.
Plak het lijstje dan vr je stuurwiel op het dashboard, zodanig, dat het beeld geprojecteerd wordt op je voorruit!



Terug naar beginpagina


4.

MENU

met een korreltje zout, een vleugje humor en een vette knipoog (mi ’n korrelke zout en ’n bietje leut bekke)

Peelse horeca: doe hiermee goeie zake!

Op deze door mij, oud-Helenavener Andr Vervuurt, bedachte menukaart wil ik geen copyright laten rusten.
Echter, indien blijkt dat deze, of onderdelen daaruit, behoorlijk wat winst oplevert wil ik natuurlijk graag een graantje meepikken en vermeld worden op de menukaart, ergens verstopt in 'n hkske ofzo...

Mijne favoriet: de overheerlijke Cobuske-lavas-pannenkoek!
Overgrootvader Cobuske Vervuurt had dit nooit durven dromen!


***

Soepen:

Nie vchte!
(Peelse Groentensoep zonder vlees, geserveerd in n gezamenlijke pan.
Ieder krijgt zijn eigen opscheplepel en een eigen soepkommetje)


Tevens keuze uit stevige uien-, bonen- of erwtensoep.

- - -

Peelse Pannenkoekpecialiteiten:

Boekweitkoek
(Een in 'goei btter' gebakken boekweitpannenkoek. Gegarneerd met uienringen en bieslook)

D'n Oliekont
(Een in rijkelijk olijfolie gebakken, gevouwen meergranenpannenkoek)

Veenbessenstreuf
(Een met 'Verkoelen'-de Blauwe bosbessen gegarneerde pannenkoek)

De Bubenflatz
(Een doorbakken pannenkoek. Ruim voorzien van spekreepjes)

't Cobuske
(Een in olijfolie gebakken pannenkoek met lavas, uien en knoflook)

Onze Gebbel
(Een in olijfolie gebakken pannenkoek met onverwachte verrassing)

Alle pannenkoeken worden geserveerd op een bord, als onderlegger een kopie van een stikker of een oplegger; de gereedschappen van de turfsteker.

- - -

Andere mogelijkheden:

'n Stoek friet van Sef Wilms
(Portie gefrituurd aardappelsnijsel met mayonaise)

'n Nachtelijke 'Dick en Dina'-kermishap, uitstekend geschikt voor verliefde paartjes...
(Gebakken ei op met gekookte ham belegd geroosterd brood of drie stokjes sat met rijst. Eventueel met frikandel)

Salade van Wouter
(Groentensalade van de dag)

- - -

Nagerechten:

Iets uit de p'stoor z'nnen tuin
(Keuze uit een fris appel- morellen- of pruimengebakje. Voorzien van een rond volkorenbodempje)

N'ne Gerrit Brouwer
(Een heerlijk verfrissend glas halfvolle melk van eigen Peelse bodem)

D'n Driek
(Jonge klare, geserveerd in een authentiek geslepen glaasje dat tevens uw eigendom wordt)

D'n Drijvende fabriek
(Een in vanille-milkshake drijvend stuk banaan, rijkelijk voorzien van slagroom)

'ne Gouwen Helm
(Met goudkleurige perzikhelften opgemaakte ijscoupe)

- - -

Dranken:

Blindaas
(Sinas met prik)

Wiekwtter
(Bronwater groen)

Wijwtter. Vr de nazaten van de Belgen van de Belzenhoek: Bronwtter Plat
(Bronwater rood)

'ne Schaafloper
('n Gewoon getapt pilske, betaald dr oewe buurman)

's Zondagsbier van Tilly
(Speciaalbier van 't huis: Chimay Bleu of Chimay Rouge op de juiste temperatuur)

Gewoon Poepenbier
(Het pilske van 't huis)

'ne Rooie Miswijn
(Een vol en robuust rood wijntje, gevonden achter de kerk...)

Buben- of Poepenwijn
(Een frisse Duitse Moezelwijn)

Gewone koffie mi 'n simpel sopkkske

Gewone thee mi 'n simpel sopkkske


Voor de eendagsvliegen:

Cola klein, middel of groot


Exota Gazeuse la kazemat
(Priklimonade zonder explosiegevaar)

- - -


Kleine snelle happen:

Turfstrooiselvlaaike
(Kruimel-roombotervlaai, echter niet op z'n Limburgs gesneden....)

Turfstrooiselvlaai mi w d'r in
(Kruimel-roombotervlaai met Peelse bosbessenvulling)

'n Turfke volgens Coba Vergunning
(Een luchtig alcoholisch chocoladecakeje)

Enen turf es d Grad Maes 't zou lusse
(Een stuk peperkoek in klotvorm, geserveerd in een bakfietske)

'ne Peelpuist
(Misvormd stokbrood gevuld met zwanemosselgarnituur)

- - -



Al onze serveersters zijn authentiek gekleed. D'n opzichter houdt 't zaakje uiteraard in de gaten.
Alle tafeltjes zijn gesierd met dwaallichtjes en een originele smelenbos om de kruimetjes zelf weg te vegen.


Tot ziens in de Peelspecialiteiteneetgelegenheid!


Terug naar beginpagina


19 augustus 2005


Pas op voor unieke "kroniek" van Stichting Genealogie Nederland


De Consumentenbond krijgt veel vragen van leden over de betrouwbaarheid van de Stichting Genealogie Nederland. Advies van de Consumentenbond: ga niet in op hun aanbod.

De Stichting Genealogie Nederland biedt een zogenoemd kroniek aan over de ontwikkeling van uw voorgeslacht en familienaam. Het boek wordt aangeprezen met een gelimiteerde voorverkoop en is met ruim 35% korting te bestellen.

Deze stichting is al eerder veroordeeld vanwege oplichtingspraktijken. Al in 2004 kwamen kopers van zo'n "kroniek" bedrogen uit. Zij ontvingen niets anders dan zeer algemene en onvolledige informatie die bijna voor elke familienaam hetzelfde bleek.

Voor betrouwbare informatie over uw voorgeslacht is de er de site van het Centraal Bureau voor Genealogie (www.cbg.nl) of de Nederlandse Genealogische Vereniging (www.ngv.nl).


Bron: www.consumentenbond.nl




Terug naar beginpagina